Synchroonzwemmen

Synchroonzwemmen is een watersport. ”Synchroon” betekent “gelijk”. De sport is tegenwoordig een vrij exclusief vrouwelijke aangelegenheid, hoewel het oorspronkelijk door mannen werd geïntroduceerd.

De sport wordt ook wel “kunstzwemmen” of “waterballet” genoemd, dat laatste vooral vanwege de overeenkomsten met ballet. Het is een sierlijke, maar zware sport want men moet niet alleen de vier zwemslagen (vrije slag, vlinderslag, rugslag en schoolslag) beheersen, maar ook gevoel voor ritme hebben, sterk en lenig zijn en lang je adem in kunnen houden. Een groot deel van de figuren wordt namelijk onder water uitgevoerd.

Rusland tijdens de wereldkampioenschappen 2015:

Geschiedenis

In het synchroonzwemmen zijn 4 wedstrijddiploma’s te behalen, oplopend in moeilijkheid van Age I tot Senior. Tevens zijn er 5 aanloopdiploma’s welke benodigd zijn om voor wedstrijddiploma’s in aanmerking te komen. Deze diploma’s hebben namen gebaseerd op figuren uit het synchroonzwemmen. Oplopend in moeilijkheidsgraad van Basishoudingsdiploma tot Barracudadiploma. Synchroonzwemmen is ontstaan aan het einde van de negentiende eeuw. Men noemde het toen ‘trick’ zwemmen. In het water liet men trucjes, zoals salto’s en rollen zien. In een latere fase begon men met meerdere mensen patronen te vormen. Toen werd het figuurzwemmen genoemd. Een verschil tussen figuurzwemmen en trick zwemmen is dat het figuurzwemmen op muziek uitgevoerd werd.

Het synchroonzwemmen, zoals we dat nu kennen, begon tijdens de wereldtentoonstelling in 1934 in Chicago, toen Cay Curtiss haar meisjes op muziek liet zwemmen en figuren liet maken. Na de Tweede Wereldoorlog werd de sport in Europa populair, vooral toen de Amerikaanse Hollywoodster Esther Williams in menige naoorlogse musicals als zwemmende ballerina optrad. Van demonstratiesport tijdens de Londense Olympische Spelen in 1948, is waterballet stilaan geëvolueerd tot kunstzwemmen, een Olympische sporttak waarmee we tijdens de Olympische Spelen van Los Angeles kennis maakten.

In 1956 werd zij door de wereldzwembond FINA (Fédération Internationale de Natation) erkend, waarna met ingang van 1965 regionale kampioenschappen over de gehele wereld mogelijk waren. De eerste officiële wereldkampioenschappen werden gehouden in Belgrado in 1973 en de eerste officiële Europese kampioenschappen vonden een jaar later plaats in Amsterdam.

Bij de 2e EK waar kunstzwemmen op het programma stond (1977 in Nassjo) behaalde de Nederlandse ploeg goud. De groep bestond uit: Marijke Engelen, Judith van de Berg, Helma Gluvers, Catrien Eijken, Vera Verloop, Lida van Veen, Metty de Jong en Karin van Noort.

Het huidige synchroonzwemmen

Het synchroonzwemmen van nu bestaat uit een aantal onderdelen namelijk: solo, duet, groep en de combinatie. Solo voert men alleen uit, duet met twee en de groep met acht zwemsters. Deze onderdelen hebben twee soorten uitvoeringen: de technische kür en de vrije uitvoering. In een technische kur moeten bepaalde elementen worden uitgevoerd, in een vrije kür mag alles worden uitgevoerd. een combinatie is een vier minuten durende uitvoering van tien zwemsters, waarin alle onderdelen aan bod komen, solo, duet en groep.

Om deel te mogen nemen aan deze wedstrijden, moet je aan limieten voldoen. Deze zijn te behalen door middel van figurenwedstrijden. Dit is een wedstrijd zonder muziek, waarin elke zwemster voor een aantal juryleden een figuur zwemt. Zijn de punten hoog genoeg, dan mag de zwemster deelnemen aan de uitvoeringswedstrijden. Voor de onderdelen zijn er verschillende limieten vereist.

Wereldranglijst

Nu staat er een aantal andere landen al enige tijd boven aan de wereldranglijst. Rusland is de koploper, tot nu toe hebben ze jaren achter elkaar de Olympische spelen, wereldkampioenschappen en World Cups gewonnen. Spanje, China en Oekraïne zijn de andere beste landen die een podiumplek proberen te bemachtigen. Nederland probeert zich jaarlijks meer naar de top te begeven. De afgelopen jaren zijn mooie resultaten gehaald en dit probeert Nederland voort te zetten. De spelen in Rio de Janeiro 2016 zijn nog te dicht bij, maar Oranje wil zich het liefst al kunnen laten zien op de spelen in 2020.